De zwangerschapsbuik: het onontkoombare bewijs dat je binnen afzienbare tijd mamma gaat worden. Nu zijn ze er in alle soorten en maten, die buiken. Ik ben één meter tachtig en van nature een modelletje snijboon, wat in de praktijk betekent dat ik moet eten als een bouwvakker om op gewicht te blijven.

De buikdetectives

Toen ik in verwachting raakte van mijn zoontje, zag ik al vrij snel aan mezelf dat ik zwanger was, maar voor de buitenwereld was het lange tijd nauwelijks zichtbaar. Omdat ik in die tijd nog als stewardess werkte, werd ik in het kader van mijn zwangerschap op kantoor te werk gesteld. Dit had als bijkomstigheid, dat de hele afdeling van meet af aan wist dat ik zwanger was. Mijn tijdelijke collega’s hielden mijn buik nauwlettend in de gaten. Ik werd bijna dagelijks vergeleken met een eveneens zwangere collega, die met vier maanden al een enorme toeter had, terwijl er bij mij lange tijd niet veel meer te zien was dan een vage welving. De opmerkingen waren dan ook niet van de lucht: “Een bescheiden buikje, dat wordt zeker een klein kindje”, of ”Je ziet er nog haast niets van zeg!” Soms kreeg ik bijna de indruk dat mijn zwangerschap bij gebrek aan uiterlijk bewijs in twijfel werd getrokken.

Abnormaal?!

Toen ik net mijn twintig weken echo had gehad, kwam ik helemaal euforisch over het mini-mensje dat ik vrolijk in mijn buik had zien ronddansen, wat later op kantoor. Een mannelijke collega (zelf kinderloos) keek naar mijn buik en zei; “Gaat daar wel een normaal, gezond kind uitkomen?” Weg euforie! Mijn kind was voor zijn geboorte al bestempeld als ‘abnormaal’, omdat de omvang van mijn buik niet naar verwachting was.

Het was soms best pittig om me de flauwe opmerkingen van anderen niet aan te trekken. Gelukkig waren er ook veel complimenten. Zo waren mijn verloskundigen unaniem verliefd op mijn buikje. “Als alle vrouwen zo gezond waren als jij, had ik een gemakkelijke baan!” complimenteerde een van de verloskundigen me na de zoveelste controle.

Nog steeds vooroordelen

Na de 6e maand begon ik voor mijn doen flink uit te dijen, dus ik dacht dat het nu wel gedaan zou zijn met al die vooroordelen. Niets was minder waar. Tijdens mijn 29ste zwangerschapsweek werd ik onderzocht door een vervangende verloskundige. Ze voelde aan mijn buik, trok haar mond in een zure streep en opperde dat ze een ‘stagnatie van de groei’ meende te herkennen. Dus zat ik nog diezelfde week met een doorverwijzing in het ziekenhuis voor een dertigweken echo. Na de echo werd ik naar huis gestuurd met het bericht dat ik niet terug hoefde te komen. Mijn kindje groeide goed en de bloedtoevoer vanuit de placenta was optimaal.

Na 41 weken zwangerschap beviel ik van een kerngezonde zoon van bijna 8 pond. Alle sceptici hadden het mis. De baby van mijn collega, (die met die enorme toeter), woog bij de geboorte slechts 140 gram meer dan mijn kindje. Af en toe kijk ik geamuseerd naar mijn stevige beertje. Die is toch maar mooi uit mijn bescheiden paasei voortgekomen!

 

Bron afbeelding

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here