Piemel. Piemel. Piemel. Ja, je leest het goed. Piemel. Ik blijk geen piemel te hebben, want ik ben een meisje, en meisjes hebben geen piemel, maar wel een plasser en een blote kont. Machtig mooi onderwerp voor kleine kinderen blijkt, en ja, kleine kinderen… die heb ik. Maar als deze drie kleine draken zich in de winkels vreselijk misdragen, kan ik zonder ook maar enkele gene zeggen: “Ja, sorry, dat hebben ze van hun moeder. Daar kan ik niets aan doen.” Deze drie zijn mij namelijk toebedeeld. Drie wondertjes van 8, 5 en 2. Ik ben hun stiefmoeder, of bonusmoeder hoe je wilt.

Wat vind jij van piemels?

De twee oudste heb ik parttime, de jongste van 2 fulltime. Een eer, een prachtige taak! Althans, dat spreek ik mijzelf af en toe bemoedigend toe als ik weer de zoveelste “piemel” om mijn hoofd geslingerd krijg. “Papa heeft een piemel. Wat vind jij van piemels Maartje?” Wat vind ik van piemels? In een rap tempo probeer ik te bedenken wat een pedagogisch verantwoord antwoord is in deze situatie, die ik zes maanden geleden nooit voor mogelijk had gehouden.

Wat vind ik van piemels? Tja, wat vind ik eigenlijk van piemels? Ergens wil ik uitleggen dat ik dit soort dingen liever niet aan tafel bespreek. Maar aan de andere kant vind ik dat te streng en heb ik ze net ook al aangesproken over het feit dat ik liever niet de vraag of ik “stront lust” aan tafel te horen krijg.

Daarnaast: ik ben geen opvoeder, dus ik heb mij te schikken. Oh ja… terug naar het onderwerp, wat vind ik van piemels. “Uh… dat laat ik even in het midden” zei ik al lachend. Nee. Zo briljant was mijn antwoord blijkbaar niet, want zijn 5-jarige serieuze oogjes vroegen zich af waarom ik moest lachen. “Wat is in het midden?”, vroeg zoonlief.

Nieuwbakken stiefmoeder

Pedagogisch verantwoord. Ja, een term die ik regelmatig voorbij heb horen komen. Maar daar sta je dan, als nieuwbakken stiefmoeder met je 28 lentes jong, die serieus zelf af en toe nog moet giegelen om het woord piemel. En dan zijn drie stiefdraakjes niet een hand vol, maar serieus drie klauwen vol werk. Ik strijk mijn gezicht glad en kijk dit gebiologeerde mannetje aan. “Sorry, je vroeg wat ik van piemels vond. Nou, ik vind piemels heel normaal. En voor je het gaat vragen: ik vind billen ook heel normaal” zeg ik ietwat gegeneerd. Toen de konten en piemels eenmaal van tafel waren (en natuurlijk alles wat rijmt op piemel; en dat is serieus héél veel) kon er weer verder gegegeten worden.

Althans.., zo had ik het mij voorgesteld. Maar nee, eten doen ze niet. Eten vinden ze vies. Vroeger had ik prachtige ideeen hoe ik dat aan zou pakken. Maar deze bloedjes heb ik te leen. “Een hapje voor papa” blijkt toch iets te kinderachtig voor een 5-jarig ventje. Lindi van 8 kijkt me ongeloofwaardig aan. “Jij bent raar”, komt er uit haar veel te lege mondje, terwijl ze al roerend haar pasta probeert te ontdoen van elk stukje groente.

Ik ben raar. Dat klopt. Ik ben gek, knettergek (na een weekend met deze drie). En moe, doodmoe. Maar ja, piemels… wat vind ik daar eigenlijk van?

 

Bron afbeelding

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here